In deze sectie kan u zelf eens een aantal aspecten van uw gezichtsvermogen testen.
Hou er rekening mee dat deze testen u enkel maar een grove indicatie geven en vervangen geenszins een professioneel onderzoek.
Indien u twijfelt aan u gezichtsvermogen raden wij u dan ook aan om eens onze winkel te bezoeken waar onze gediplomeerde optometristen u, indien gewenst, 
uw ogen intensief en accuraat zullen testen.

Deel 1,  uw gezichtsvermogen

Waar u op moet letten:

  • Stel uw monitor zo in dat alle grijstinten in de linker balk zichtbaar zijn.
  • Stel voor alle zekerheid ook de kleurweergave in en wel zodanig dat de verschillende kleuren in de rechter balk ongeveer even helder zijn.
  • Meet met een liniaal het horizontale streepje en vermenigvuldig de lengte daarvan met 25. Dat is de afstand waarop u van uw monitor moet gaan zitten om de test te doen. Die afstand hangt immers af van de grootte van uw monitor.
  • Kijk met afwisselend uw linker en rechter oog, dek het andere oog af met een hand zodat u niet ongemerkt met dat oog (mee) kijkt.
  • Uw gezichtsvermogen is waarschijnlijk in orde als u alle letters en tekens, ook de kleinste, kunt lezen en zien.

 

Deel 2, Controle op astigmatisme

Concentreert u zich achtereenvolgens op elk van de vier cirkels en kijk naar de lijnen.
Ziet u gelijkmatige, duidelijke zwarte lijnen ? Wanneer u de lijnen in de cirkels gelijkmatig zwart en evenwijdig waarneemt, heeft u geen astigmatisme.
Als het echter lijkt alsof de lijnen gerafeld, dan wel groenachtig of vervormd zijn, kan dit duiden op astigmatisme.
Wij kunnen u helpen dit probleem te vermijden met een aangepaste bril of contactlenzen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel 3, Kleurenblindheid meten

Deze test meet verschillende vormen van kleurenblindheid.
Wanneer U één van de getallen in deze kleurencirkels niet juist kunt herkennen, is het tijd om uw ogen te laten testen.
Kom gerust eens langs in de winkel, we zullen uw ogen intensief testen.

 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
De getallen in de cirkels zijn respectievelijk 45, 6, 56, 8, 29 en 25

 

Deel 4, Controle van het netvlies

  1. Kunt u het kleine zwarte blokje in het midden van het raster zien?
  2. Blijf kijken naar dit blokje, kunt u dan toch alle lijnen van het raster zien ?
  3. Zijn alle lijnen van het raster evenwijdig en zwart ?

Als u op een van deze vragen negatief moet antwoorden, is het verstandig om met ons contact op te nemen.
Dit kan namelijk duiden op een gezichtsvelddefect.

 

Deel 5, kleuren 1

Wat ziet u in dit plaatje?

Kunt u het getal 182 zien?
Dan is alles in orde.

Kunt u het getal 8 zien?
Wanneer u alleen het getal "8" ziet, kan dit wijzen op een "rood-groen" afwijking.

Kunt u het getal 12 zien?
Wanneer u alleen het getal "12" ziet,
kan dit wijzen op een "blauw-geel" afwijking

 

Deel 6, kleuren 2

Wat ziet u in dit plaatje?

Kunt u de letters "CH" zien?
Dan is alles in orde.

Wanneer u het getal 31 ziet, is er mogelijk sprake van een
"rood-groen" afwijking.

Ouderdomsverziendheid of Presbyopie

Ouderdomsverziendheid (presbyopie) is een oogafwijking die tot gevolg heeft dat men dichtbij slechter kan zien.

Een normaal oog staat in rust ingesteld op oneindig; om op minder dan 6 meter (optisch oneindig) afstand scherp te zien moet het accommoderen. Met het ouder worden vermindert dit vermogen door het afnemen van de elasticiteit van de ooglens.

Kinderen kunnen bijvoorbeeld met hun neus vrijwel op de tekst toch nog goed lezen. Met het ouder worden moet men de tekst steeds wat verder weg houden, om het nog scherp te kunnen zien. In de praktijk merkt men daar pas wat van na het 40ste levensjaar.

Dan wordt de afstand namelijk meer dan de normale leesafstand van 30 cm. Meestal is vanaf de leeftijd van ongeveer 45 jaar een bril met positieve lenzen nodig ter correctie: een leesbril. Eerst kan men nog volstaan met een relatief zwakke bril (1 dioptrie). Op den duur is 2,50 dioptrie nodig, maar dit is persoonsgebonden. Voor mensen die al een bril dragen, komt deze positieve correctie bovenop de correctie die nodig is voor het vertezicht. Vroeger zat het leesgedeelte van de bril meestal als een apart zichtbaar segment onderin het glas (bifocaal). Tegenwoordig verloopt de sterkte bijna altijd geleidelijk van boven naar beneden (met tussenzicht). Varilux is daarmee van een merknaam een begripsnaam geworden voor deze zogenaamde multifocale of progressieve brillenglazen.

Ouderdomsverziendheid of presbyopie mag niet verward worden met verziendheid of hypermetropie. Een verziend oog moet accommoderen om op afstand scherp te zien. Als dit voortduurend accommoderen niet meer kan worden volgehouden, of klachten veroorzaakt, is een (positieve) correctie noodzakelijk.

Bijzienden hoeven minder snel een leesbril dan verzienden of mensen zonder oogafwijking (emmetropen), doordat hun vertepunt dichterbij ligt.

 

Myopie of bijziendheid

 

Myopie ook wel gekend onder bijziendheid is een ametropie waarbij de persoon (dan een myoop genaamd) voorwerpen ver weg niet scherp kan zien maar echter wel voorwerpen nabij scherp kan zien.
Vandaar ook de naam bijziendheid (dichtbij kunnen zien). Dit komt doordat de ooglens te sterk is voor de optische ooglengte.
Een voorwerp met een
vergentie van 0 zal dus niet scherp waargenomen worden. Wanneer het voorwerp dichterbij komt zal de vergentie dalen tot een negatief getal;
zodra dit getal gelijk is aan de
graad van ametropie zal het voorwerp wel scherp worden waargenomen.
Hoe hoger de refractiefout des te dichterbij het voorwerp gehouden zal moeten worden om scherp waargenomen te kunnen worden.

 

 

 

Myopie is geen ziekte maar een refractiefout in het optische systeem van het oog. De afbeelding wordt wel scherp geprojecteerd maar vóór het netvlies.
Daardoor wordt het beeld door de lens niet correct geprojecteerd op het netvlies.

De afwijking begint zich meestal vanaf 8 tot 12 jaar te ontwikkelen en in de tienerjaren wordt het geleidelijk meer
naarmate het oog groeit en daarmee de ooglengte toeneemt. Het brandpunt binnen het oog zal dan zich verder voor het netvlies gaan bevinden.
Wanneer de volwassenheid bereikt wordt, blijft de refractiefout meestal stabiel.

 

Een bril of contactlenzen met een negatieve sterkte (concave lens) kan deze oogafwijking compenseren.
Het is ook mogelijk te corrigeren met behulp van een
laseroperatie aan het hoornvlies.
Aan een laseroperatie zijn echter risico's verbonden en het is nog steeds niet duidelijk wat de effecten op langere termijn zijn;

De oorzaak van myopie lijkt meestal erfelijk te zijn: het oog is lichtjes platter (meer ellipsoidaal) dan een normaal oog waardoor een langere ooglengte ontstaat.
Ook etniciteit speelt een rol, in
Azië is 70-90% van de bevolking myoop, terwijl in Europa dit getal op 30-40% ligt en in Afrika slecht 10-20%.
Gezien de enorme stijging van bijzienheid de laatste halve eeuw spelen externe factoren echter zeker ook een rol.
Overmatig gebruik van de ogen op korte afstand (computergebruik, lezen) wordt vaak geacht tot bijziendheid te leiden.
Uit een onderzoek uitgevoerd in mei 1999 door het departement oftalmologie (oogkunde) van de universiteit in Pennsylvania blijkt dat het slapen in onvoldoende verduisterde kamers gedurende de eerste levensjaren waarschijnlijk een belangrijke rol speelt in het ontstaan van bijziendheid.
Onderzoek naar het zicht van 479 kinderen tussen 2 en 16 jaar wees uit dat 10 % van de kinderen die in volledige duisternis hadden geslapen bijziend waren, 34 % van de kinderen die met een nachtlampje sliepen en 55 % van de kinderen die met kamerlicht aan sliepen. Mogelijk leidt blootstelling aan teveel kunstlicht tot overmatige groei van het oog.


Behalve door het gebruik van nachtlampjes zijn heel veel slaapkamers niet duister genoeg door het binnendringen van kunstlicht (lichthinder) van buitenaf - bijvoorbeeld door slecht geplaatste straatlantaarns -, dat slechts tegengehouden wordt door een zwak gordijntje dat het meeste licht toch doorlaat.
Alleen (rol)luiken en speciale verduisteringsgordijnen houden genoeg licht tegen. Naast verkeerd gebruik van de ogen is mogelijk ook de enorme groei van buitenverlichting in de laatste halve eeuw in de westerse maatschappij een van de oorzaken van de wereldwijde sterke toename van bijziendheid.

 

Verziendheid of hypermetropie

Verziendheid (hypermetropie, hypermetropia) is een oogafwijking waarbij een persoon zonder accommodatie van het oog niet scherp kan zien.

 

Verziendheid wordt veroorzaakt door een te korte oogas of een te geringe brekingskracht van het brekend stelsel van het oog (hoornvlies, ooglens), waardoor het beeld van voorwerpen 'achter het netvlies' gevormd wordt. Om voorwerpen scherp op het netvlies te krijgen, zal de ooglens voortdurend moeten accommoderen, wat vermoeiend is en hoofdpijn kan geven alsmede branderige ogen en concentratieproblemen; met name in de avond. Dit heeft wel zijn grenzen, bij hoge positieve sterktes en voorbij de leeftijd van 40 jaar kan ook in de verte niet scherp gezien worden. Bij het kijken naar voorwerpen die dichtbij zijn wordt het accommodatievermogen nog verder onder druk gezet. Naast de accommodatie om op de verte te corrigeren zal hier boven op nog meer geaccommodeerd moeten worden om het nabij voorwerp scherp te zien. Vooral bij mensen met hoge positieve sterktes en/of die de leeftijd van 40 jaar naderen zal het accommodatievermogen niet genoeg zijn om de volledige nabij accommodatie te halen. Hierdoor zullen voorwerpen dichtbij niet scherp worden waargenomen. De bril hier tegen is een bril om de accommodatie op de verte op te heffen (meer accommodatievermogen vrijmaken) en is dus geen leesbril ondanks dat ze dezelfde functie lijken te vervullen.

Een bril met positieve (convexe) lenzen kan verziendheid compenseren.

Verziendheid wordt tijdens routine-onderzoek van het zicht (bijvoorbeeld op school) vaak niet ontdekt, aangezien daarbij meestal alleen het zicht op afstand onderzocht wordt.

 

koppel2.gif
serengeti2.gif
okley3.gif
okley3.gif
okley5.gif
serengeti1.gif
vrouw.gif